Inwoning of woningsplitsing?

In het buitengebied heb je vaak te maken met de term inwoning. Inwoning is een woonvorm waarbij je met twee gezinnen in één woning woont. Vaak zie je dit voorkomen bij (voormalige) boerderijen. Vader en moeder woonden in het voorhuis. Op een gegeven moment waren de kinderen zo oud dat ze op zichzelf konden gaan wonen. Men heeft dan vaak het achterhuis ook verbouwd ten behoeve van wonen. Inwoning in het buitengebied is vaak gewoon toegestaan. Dit is namelijk een goede woonvorm om ook te kunnen zorgen voor opa en oma of om een gedeelte van de woning te verhuren. 

Als er wordt ‘ingewoond’ betekent dit niet dat er ook daadwerkelijk twee woningen aanwezig zijn in het pand. Belangrijk is dat je goed kijk naar hoe de verbouw van het ‘achter’ of ‘voor’ huis in het verleden is vergund. Is hier een tussendeur aanwezig? Of is er een gezamenlijk voorportaal aanwezig? Dan staan het voor- en achterhuis in verbinding met elkaar. Er is dan nog steeds sprake van één woning, waar twee gezinnen samen inwonen. 

In de praktijk zie je vaak dat door de jaren heen de tussendeur of het gezamenlijk voorportaal is verdwenen. Bewoners hebben de tussendeur dichtgemetseld of het voorportaal verbouwd zodat ze beiden een eigen ingang hebben. 

Het is belangrijk dat dit met een vergunning is gebeurd. Is de tussendeur zonder vergunning dichtgemetseld? Of is het voorportaal verbouwd tot twee aparte ingangen zonder een vergunning? Dan betekent dat er nog steeds ‘juridisch’ sprake is van inwoning. De gemeente heeft namelijk nooit de woningen formeel gesplitst. 

Informatie hierover kun je altijd bij je eigen gemeente opvragen. De gemeente heeft alle bouwdossiers in haar archief. Deze zijn openbaar en kun je altijd raadplegen om te checken.